Bekijk

15 april 2026

Prijsstijgingen van bouwmaterialen door sluiting Straat van Hormuz: wie draagt de extra kosten?

De sluiting van de Straat van Hormuz heeft een ernstige verstoring van de mondiale energiemarkt veroorzaakt. Naar schatting 20% van de wereldwijde olietoevoer loopt door deze zeestraat en de blokkade heeft al geleid tot een scherpe stijging van energie- en brandstofprijzen. Die werken door in de productie- en transportkosten van bouwmaterialen.

Dit roept de vraag op: wie moet onder reeds gesloten aanneemovereenkomsten met een vaste aanneemsom de extra kosten dragen? Ik beantwoord deze vraag aan de hand van de wet, UAV 2012 en UAV-GC 2025.

Artikel 7:753 BW

De aannemer kan op grond van art. 7:753 BW vorderen dat de rechter de aanneemsom aanpast ingeval van:

  • kostenverhogende omstandigheden;
  • die pas na het sluiten van de overeenkomst ontstaan of aan het licht komen;
  • die niet aan de aannemer kunnen worden toegerekend; en
  • waarbij de aannemer bij het bepalen van de prijs geen rekening hoefde te houden met de kans op zulke omstandigheden.

Prijsstijgingen als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz lijken aan deze criteria te kunnen voldoen. Zo’n geopolitieke gebeurtenis kan immers niet aan de aannemer worden toegerekend en daarmee hoeft hij bij het bepalen van zijn aanneemsom - althans bij aannemingsovereenkomsten van vóór 28 februari 2026 - geen rekening te houden.

Kunnen extra kosten dan integraal bij de opdrachtgever worden gelegd? Dat is niet per se het geval. Artikel 7:753 BW spreekt in dit verband van een gehele of gedeeltelijke aanpassing van de aanneemsom.

Onlangs overwoog het hof Amsterdam hierover in een uitspraak van 28 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3021): “Bij het beoordelen van de hoogte van de prijsaanpassing spelen veel factoren een rol, waaronder die hoe aanzienlijk de prijsverhoging is. Het is aan de rechter om te bepalen of een gehele of gedeeltelijke verhoging van de prijs ook daadwerkelijk wordt toegekend. Bij deze beoordeling komt de rechter een grote mate van vrijheid toe. Indien de kostenverhogende omstandigheden bestaan in prijsstijgingen is van belang of er concrete aanwijzingen waren om aan te nemen dat de prijs zou kunnen stijgen in de mate waarin die is gestegen en kan het moment waarop de prijsstijging heeft plaatsgevonden relevant zijn.

Kortom, e.e.a. is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de aannemer zal zijn claim adequaat moeten onderbouwen.

Tijdige melding

Daarnaast is een belangrijke voorwaarde dat de aannemer zijn opdrachtgever zo spoedig mogelijk voor de noodzaak van een prijsverhoging moet waarschuwen, opdat de opdrachtgever in staat wordt gesteld om de overeenkomst op te zeggen dan wel een voorstel te doen tot beperking of vereenvoudiging van het werk (art. 7:753 lid 3 BW; zie in gelijke zin §47 lid 3 en 4 UAV 2012).

Dat dit geen dode letter is, blijkt uit diverse jurisprudentie waarin de claim van de aannemer op deze grondslag wordt afgewezen (zie bijv. Hof Amsterdam 28 oktober 2025, ro. 6.31 e.v.).

§47 lid 1 UAV 2012

Hebben partijen gecontracteerd op basis van de UAV 2012, dan bepaalt §47 lid 1 UAV, afwijkend van artikel 7:753 BW, dat er pas een aanspraak is op kostenvergoeding bij kostenverhogende omstandigheden die de kosten van het werk “aanzienlijk” verhogen.

Over de vraag wat een ‘aanzienlijke’ verhoging is, is uitgebreid geprocedeerd.

In een uitspraak van de RvA van 19 februari 2009 (nr. 71.215) hanteren arbiters het uitgangspunt dat prijsverhogingen als aanzienlijk zijn aan te merken als het gemiddeld te verwachten financieel resultaat, door deze ontwikkelingen buiten de invloedssfeer van de aannemer, omslaat in een negatief resultaat. Zij komen na een berekening uit op een verhoging met meer dan 5% van de aanneemsom, een percentage dat ook in andere RvA-uitspraken terugkomt.

Het hof Den Haag hanteert in een uitspraak van 31 januari 2012 (ECLI:NL:GHSGR:2012:83, ro. 13) een meer open norm: “Daarbij is er geen reden om een ondergrens van 5% als harde norm te hanteren. Naar het oordeel van het hof is op dit punt juist een open norm op haar plaats (zie ook prof. mr. J.M. van Dunné in het Tijdschrift voor Bouwrecht van mei en juni 2010). Deze open norm dient aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder de mate waarin tegenover deze kostenstijging zich elders in het werk kostendalingen hebben voorgedaan, de uiteindelijke winstgevendheid van het gehele project en de mate van voorzienbaarheid van de kostenstijging op 24 februari 2004, te worden vastgesteld.

Is deze horde genomen - en heeft de aannemer zijn aanspraak tijdig gedaan - dan maakt de aannemer in beginsel aanspraak op het meerdere; §47 lid 1 UAV noemt geen mogelijkheid van een gedeeltelijke vergoeding.

§44 lid 1 UAV-GC 2025

In de UAV-GC 2025 is in §44 lid 1 een limitatieve opsomming opgenomen van situaties waarin de aannemer recht heeft op kostenvergoeding en/of termijnverlenging. Kostenverhogende omstandigheden worden daarin niet als zodanig genoemd. Wel heeft de aannemer recht op vergoeding indien zich een onvoorziene omstandigheid voordoet van dien aard dat de opdrachtgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft (§ 44 lid 1 UAV-GC 2025). Deze norm sluit aan bij de strenge maatstaf van art. 6:258 BW (zie volgende alinea). Dit maakt een geslaagd beroep op §44 lid 1 UAV-GC 2025 - althans in de huidige situatie - weinig kansrijk.

Artikel 6:258 BW

Op basis van dwingend recht (art. 6:250 BW), en dus ook als de voormelde artikelen in de overeenkomst zijn uitgesloten, kan de aannemer een beroep doen op art. 6:258 BW. Dit artikel maakt aanpassing van de overeenkomst mogelijk bij 'onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten'. Een dergelijk beroep slaagt echter niet snel. Prijsstijgingen vallen in beginsel binnen de risicosfeer van de ondernemer en leveren op zichzelf geen onvoorziene omstandigheid op (HR 20 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2587).

De sluiting van de Straat van Hormuz is weliswaar een uitzonderlijke en acute geopolitieke gebeurtenis die zich onderscheidt van de gebruikelijke schommelingen in grondstof- of energieprijzen, maar ik meen dat deze de drempel van art. 6:258 BW (nog) niet bereikt. Ter vergelijking: de coronapandemie is door de rechter als onvoorziene omstandigheid erkend (Hof Amsterdam 14 september 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2604), maar die situatie kenmerkte zich door een combinatie van factoren die hier (nog) ontbreekt: een langdurige, alomvattende ontwrichting van de economie, directe overheidsmaatregelen die nakoming feitelijk onmogelijk maakten en een impact die vrijwel alle sectoren gelijktijdig trof. Bij verdere escalatie van het conflict en de bijbehorende economische gevolgen zou de drempel van art. 6:258 BW wel in zicht kunnen komen.

Conclusie en tips

Zodoende bieden art. 7:753 BW en §47 UAV 2012 de aannemer bij significante prijsstijgingen door of vanwege de sluiting van de Straat van Hormuz concrete aanknopingspunten om ten minste een deel van de extra kosten door te berekenen. Onder de UAV-GC 2025 en art. 6:258 BW ligt de lat aanzienlijk hoger; een geslaagd beroep komt pas in zicht bij verdere escalatie van het conflict, die ons hopelijk bespaard blijft.

Los van de exacte contractuele regeling doen partijen er goed aan om zo spoedig mogelijk in overleg te treden voor een oplossing die voor hen beide acceptabel is. Praktische stappen die daarbij helpen zijn:

  • Tijdig waarschuwen: informeer de opdrachtgever schriftelijk en zo snel mogelijk over de verwachte prijsstijgingen en de noodzaak van aanpassing (art. 7:753 lid 3 BW, §47 lid 3 UAV). Hierdoor behoudt de aannemer zijn rechten en krijgt de opdrachtgever de kans om maatregelen te nemen.
  • Alternatieven bespreken: overweeg samen alternatieve materialen, leveranciers of specificaties die de kostenstijging beperken, precies zoals art. 7:753 lid 3 BW dit uitdrukkelijk noemt.
  • Kostenverdeling afspreken: bespreek een redelijke verdeling van de meerkosten, eventueel met een maximum of een staffel, zodat beide partijen de impact beheersbaar houden.
  • Documenteer alles: leg afspraken, berekeningen en de onderbouwing van de stijgingen goed vast, zodat hierover geen misverstanden kunnen ontstaan.

Heeft u een concrete casus waarin prijsstijgingen spelen? Neem gerust contact op voor een advies op maat.

Prijsstijgingen van bouwmaterialen door sluiting Straat van Hormuz: wie draagt de extra kosten?

Jan Hein Meerburg